• nlhun201104167591.jpg
  • nlhum20040620xxxx.jpg
  • vive-la-france-nlhum201407114350.jpg
  • paasvuur-nlhum201004044408.jpg
  • manana-manana-2014-5320b.jpg
  • nlhum201309249087.jpg
  • volksfeest-nlhum200709120464.jpg
  • manana-manana-2014-5320.jpg
  • volksfeest-nlhum200709120738.jpg
  • piet-oudolf-nlhum200608190018.jpg

Jeugdherinneringen uit de Dorpsstraat 21 in Hummelo van 1943-1968
- Jan Jansen Venneboer, januari 2010 -

Rond 1960 was de wederopbouw van ons land voltooid. Er kon eindelijk afscheid worden genomen van de zuinige en sobere levensstijl. De toenemende welvaart en materiële mogelijkheden zetten echter traditionele vanzelfsprekendheden onder druk. Er brak een verwarrende en hectische tijd aan.

Vreemd genoeg kwamen steeds meer jongeren in verzet tegen de welvaart. Een nieuwe stroming onder de jeugd kwam op in 1965: de hippiebeweging. De langharige, met kralen behangen hippies verspreidden zich over de westerse wereld. Ze geloofden in liefde, flowerpower en zochten naar persoonlijke ontplooiing. Sommigen vonden dat in drugs. Ik voelde weinig affiniteit met de hippies. Sommige ideeën vond ik interessant, maar ik zette me vooral af tegen de excentrieke profilering.

De hippies, kabouters, provo’s en snel daarna de studenten aan de universiteiten, kwamen in opstand tegen alle autoriteiten, zoals bestuurders en hoogleraren. Het credo was: Gelijkheid van alle studenten en hoogleraren. Geen examens, en regels waren overbodige ballast. De opstanden tegen het gezag waren slechts extreme symptomen van een meeromvattende omslag in denken, die gaande was in de Nederlandse samenleving en de gehele Westerse wereld. Ontkerkelijking en ontzuiling, een sterkere nadruk op de individuele vrijheid en een groeiend verlangen van de mondiger wordende burgers om de eigen maatschappij richting te geven door middel van democratisering, hadden een grote impact op het Nederland van de jaren zestig en zeventig. Deze veranderingen in denken hebben, zoals bij heel veel leeftijdsgenoten, grote invloed gehad, want er viel wat te kiezen.

In de jaren zestig en zeventig vond er een koude sanering van de traditionele middenstand plaats. Schaalvergroting werd heilig verklaard. Overal verschenen kleinere en grote supermarkten. Achter de winkeldeuren van de oude middenstand stapelden zich de problemen op. Moest er op korte termijn geïnvesteerd en uitgebreid worden? Zouden potentiële opvolgers nog bereid zijn om lange werkweken te maken en hoge risico’s te nemen? Mijn vader viel het bakkersberoep steeds zwaarder. Hij was geen ondernemer en zijn gezondheid werd geleidelijk minder. Mijn ouders vestigden hun hoop op mij.

Op mijn 14e speelde ik al bij de senioren in het eerste elftal van de voetbalvereniging H en K. Mijn talenten op dorpsniveau waren al snel opgevallen: fysiek sterk, een hard schot, maar niet altijd even zuiver, passie als de conditie het toeliet en spelinzicht.

In 1954 mocht ik met mijn vader naar de eerste wedstrijd van De Graafschap tegen Fortuna ’54 met Bertus de Harder, Cor van der Hart en Frans de Munck. Het maakte veel indruk. Er gebeurde iets dat groter was dan ik-zelf. Vanaf die tijd ben ik Graafschap supporter geworden en gebleven.

Na de lagere school ging ik met Gerrit Minkhorst en Gerrit Dun naar de ds. Van Dijk MULO in Doetinchem. De meeste vakken konden me niet boeien en de lessen waren over het algemeen erg schools. Naast aardrijkskunde en geschiedenis werd gymnastiek mijn favoriete vak. Sportleraar worden, zou dat niet wat zijn? Er was echter een probleem. De doorstromingsmogelijkheden naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding waren slecht. De enige manier om sportleraar te worden was om eerst onderwijzer te worden. Daarna zou ik misschien naar de Academie voor Lichamelijke Opvoeding kunnen.

Tijdens de opleiding voor onderwijzer(es) aan de rijkskweekschool in Doetinchem heb ik mijn vader veel in de bakkerij geholpen. Toen hij beide bakkersknechten, Peter van Ooyen en Teun Wijland, om economische redenen moest ontslaan, vroeg hij mij, om op dinsdag- en donderdagmorgen, vóór schooltijd te helpen. Op zaterdag, de drukste dag van de week, kwam daar het bezorgen van brood en banket bij. De heer Bol, een gedreven leraar, die boeiend kon vertellen, heeft op de kweekschool mijn geborgen wereld opengebroken. Hij zette mij aan het denken over mijn vertrouwde Achterhoekse wereld.

Ik heb verschillende vakantiebaantjes gehad. Eerst als looftrekker van pootaardappelen bij Wim van Til (1 cent per meter) en daarna werkte ik een paar vakanties bij hotel De Gouden Karper als afwasser en manusje van alles. De laatste zomervakantie op de kweekschool in 1964 had ik een baantje bij de AVIKO om als vertegenwoordiger in een bestelbusje patat frites, kroketten en frikadellen in de Achterboek en Liemers te bezorgen.

Ik raakte ook geboeid door de streekgeschiedenis van de Achterhoek en de Liemers. In De Graafschapbode begon ik korte verhaaltjes over de geschiedenis van de streek te lezen. Een prachtig boek vond ik "Achter Rijn en IJssel" en als St. Nicolaas cadeau kreeg ik in 1966 het boek van dr. B.J. Westerbeek van Eerten, "Herinneringen van een medicijman".

Als puber raakte ik uitgekeken op de uitjes in Hummelo met de uitvoeringen van het Hummelo’s Gemengd Koor en de muziekvereniging De Eendracht, waarbij ik trompet speelde. De uitvoeringen hadden altijd hetzelfde patroon: de opening door de erevoorzitter, meester Boland, muziek of koorzang, de pauze met verloting, het dorpstoneel en dansen na afloop. Ik zag als puber ook de humor niet meer in van de "charmante" kenmerken van het Hummelose dorpstoneel.

Een foto uit 1956. Ik speelde toen trompet bij het jeugdorkest van de
fanfare De Eendracht. In mijn herinnering werd het jeugdorkest onder leiding
van Harm Vervelde een groot succes. Namen die ik me nog kan herinneren
zijn: Rudi en Jopie Garritsen, Hennie en … Ligtlee, Gebman (?) Ligtlee,
Herman Schierbeek, Freek Jolink, Gert Pauwelsen, Freek Vervelde en
Hettie Harmsen, …Smeiting, …..Schuurman.

In 1961 werd de Doetinchemse Jazz Club opgericht. Twee keer per maand, op zaterdagavond, ging ik daar naar toe. De jazzclub was een plek waar ik mijn late puberteit en de jeugdcultuur het meest heb beleefd. Het voldeed aan de vrijheidsdrang. Geleidelijk aan paste Hummelo niet meer bij mijn nieuwe wereld, die vooral een impuls kreeg door de lessen maatschappijleer en psychologie van de heer Bol aan de Rijkskweekschool in Doetinchem.