• nlhun201104167591.jpg
  • manana-manana-2014-5320.jpg
  • paasvuur-nlhum201004044408.jpg
  • nlhum20040620xxxx.jpg
  • piet-oudolf-nlhum200608190018.jpg
  • vive-la-france-nlhum201407114350.jpg
  • volksfeest-nlhum200709120738.jpg
  • volksfeest-nlhum200709120464.jpg
  • nlhum201309249087.jpg
  • manana-manana-2014-5320b.jpg

Herinneringen van een schoolmeester (1950-1952)
- Henk Krosenbrink, 16 februari 2010 -

De Indonesische kwestie beroerde ook natuurlijk Hummel en zijn inwoners. Temeer daar verschillende dienstplichtigen hun diensttijd in de Oost moesten doorbrengen.
Eén van hen was 'Chat', Gerrit Oosterink van de Hofstee. Op de kweekschool zat hij een klas hoger dan ik. Hij kon eerst een jaar voor de klas staan en moest vervolgens in dienst. Begin september 1948 moest hij opkomen. In dienst werd hij opgeleid tot officier en een jaar later vertrok hij met zijn onderdeel, dat behoorde tot het regiment Prinses (???) naar Nieuw-Guinea. Daar kwam hij op één van de kleine eilanden terecht, op Fak-Fak. Pas in februari 1951 keerde hij naar huis terug. Hoe verwonderlijk het misschien ook is: ik heb van zijn terugkomst in Hummelo niets gemerkt. Ongetwijfeld zullen ze me dat verteld hebben, maar ik weet daar niets meer van. Ik kan me ook niet herinneren, dat ik hem later in Hummelo heb ontmoet. In de jaren tachtig wel. Hij is namelijk lange jaren hoofd der school in Zelhem geweest.

Wat ik nog wel weet is, dat Gerard Greven terugkwam. Hij was de zoon van de plaatselijke schoenmaker in Hummelo en tante Aaltje was een zuster van zijn vader. Een andere zus was getrouwd met Van Til uit Het Broek en een broer had een schoenenzaak in Doetinchem. Als tante Aaltje of oom Jan jarig was, kwam de hele familie Greven op bezoek en dan was soms Gerard het onderwerp van het gesprek.
Gerard had namelijk verkering gehad met een meisje uit Hummelo en tijdens diens verblijf in Indië had ze het uitgemaakt met hem. Laten we even vaststellen, dat dit geval niet het enige was in de wereld van militairen en aanhang. Het omgekeerde gebeurde evengoed. Men zag elkaar in twee à drie jaar niet en dan kon er van alIes gebeuren. Ik herinner me, dat op die visites o.a. verteld werd dat ze weer een ander had. De familie vond dat maar niks. Gerard was lelijk in de steek gelaten. Ik heb later gehoord, dat er toch weer een happy end is ontstaan en dat ze later met elkaar getrouwd zijn. Maar dat alles valt buiten dit bestek.
Ger en Geerhard Greven (Foto: collectie Henk Greven)Ger en Geerhard Greven
(Foto: collectie Henk Greven) 

In het najaar van 1950 meen ik, kwam Gerard terug uit Indië. Het huis was versierd door de buurt en er was feest. De hele familie Herberts was uitgenodigd en de beide kostgangers, Joop Sierat en ik, zouden ook maar meekomen. Het was een bruingebrande jongen, die we zagen en we zullen er wel een paar op gedronken hebben. Niet te veel. Dat paste ook niet voor een hulpprediker en een schoolmeester.
In oktober 1950 kreeg ik bezoek van een Indiëganger. Van Wim Gerritsen uit Doetinchem, die bij mij in de klas had gezeten. Hij stond op een dag om drie uur buiten op het schoolplein te wachten. Hij was pas terug gekomen en had gehoord, dat ik in Hummelo aan school stond. Ook hij was bruin verbrand, wat sterk afstak tegen een blauw pak.
We hebben eerst even gepraat op school, in de lege klas, maar we zijn al spoedig naar Herberts gegaan, waar de thee klaarstond en hij later zelfs brood bleef mee-eten. Daar hoorde ik het eerste ooggetuigenverslag over gebeurtenissen in Indië. Hij was in maart 1949 naar Indië gegaan. Daar moesten ze de ervaren troepen van de 7 December Divisie en de 1ste Divisie aflossen. Juist in de periode, dat Nederland zijn grip op het binnenland kwijt begon te raken. Er woedde een smerige guerrillaoorlog.
Hij vertelde, dat ze onderweg naar het binnenland - een reis, die ze per trein aflegden - al beschoten waren. Ze konden niets terugdoen, omdat de wapens in een aparte wagon werden gevoerd. Het enige wat ze konden doen was hopen, dat de treinbewaking de aanvallers op een afstand hield en dat de trein niet tot stilstand kwam. Ze waren plat op hun buik gaan liggen, maar een paar makkers van zijn onderdeel waren daarbij gesneuveld. Voordat ze de vijand hadden gezien, hadden ze al een paar doden.
Ook later hadden ze eindeloos patrouille moeten lopen met alle gevaren van dien. Pas na midden augustus, na de wapenstilstand, was het veiliger geworden. Enfin, hij had het er heelhuids afgebracht en was nu weer thuis. Maar ook dat was een ervaring apart. Zijn ouders woonden aan de Terborgseweg, waar zijn vader een kapperszaak had en hij trok natuurlijk weer bij zijn ouders in. De militairen kregen zes weken verlof, voordat ze hun spullen moesten inleveren en net zoveel geld, dat ze een pak konden kopen. Daarmee was de kous af. En er waren maar weinigen, die naar hun ervaringen vroegen. In Nederland moest gewerkt worden. Ze hadden hier wel andere dingen aan hun hoofd. De jongens hadden daarginds een 'mooie vakantie' gehad, was de opvatting van veel Nederlanders. En over die verloren oorlog praatte je liever niet.
Gerritsen was de avond daarvoor alleen thuis geweest. Zijn ouders waren op visite en zijn zus was ook niet thuis. Hij was een liefhebber van muziek en had de radio aangezet en gaan zitten, met zijn benen op een stoel. Hij had een fles jenever uit de kelder gehaald, die daar speciaal stond voor visites en had een paar borreltjes gedronken. Met een tevreden gevoel, dat hij weer thuis was en dat niemand hem wat kon maken. Hij was ook al een paar avonden de stad in geweest, maar daar was het hem te druk af. Nu zat hij rustig te luisteren en nipte van zijn borrel. Broodnuchter.
Tot zijn ouders thuis kwamen en hem daar zagen zitten. Dat was geheel tegen hun opvattingen. Zo midden in de week aan de borrel… Zo kenden ze hun zoon niet. Het gaf in elk geval woorden en Wim Gerritsen vertelde mij, dat hij zijn ouders niet meer begreep en zij hem niet. Hij was daarginds wel volwassen geworden en zelfstandig. Daar hadden ze nog heel anders gefeest, als ze met verlof uit het binnenland kwamen.
Dat verhaal kreeg ik te horen en het maakt nog steeds indruk op mij. Omdat er uit blijkt, dat de achterblijvenden er geen flauwe nota van hadden, hoe de militairen daarginds hadden geleefd. Dagenlang onder spanning en dat ze, nu ze terug waren eerst weer moesten wennen aan het gewone, gevaarloze leven. Ik weet nog, dat ik blij was zijn ervaringen te hebben gemist.
We hebben ook over andere dingen gepraat. Over alledaagse dingen. Over kennissen van de kweekschool en zo meer. Maar dat is me niet bijgebleven.
Toen hij later op de avond terugging naar Doetinchem, was het commentaar van tante Aaltje, dat het een 'aardige jongen was'. En daarmee had ze volkomen gelijk.
Ik meen, dat hij ook nog onderwijzer is geweest in Hummelo. Mijn opvolger was Gijs Obbink, die twee klassen lager zat, en daarna Wim Gerritsen. Maar toen was ik al weg uit Hummelo.