feestelijke prijsuitreiking op het gazon van kasteel Enghuizen te Hummelo

Deze week een oude foto van de feestelijke prijsuitreiking op het gazon van kasteel Enghuizen te Hummelo aan de koningen en koninginnen van ‘de Peerdenschutterij’ en ‘de schutterij te voet’. Met een citaat uit 1925 van de folklorist D.J. van der Ven, die hierover schreef:
“Nadat burgemeester Cordes het eere-schot had gelost, was het gepaf niet van de lucht, want de houten vogel - van een dennenstomp gemaakt - bleek een ouderwetsche taaie te zijn en twee uren hardnekkig kampen waren er noodig eer H. v. d. Toorn koning werd en zijn Aaltje Weijers tot koninginne kon kiezen.
In een zeildoektentje stond een wrak tafeltje met een blikken busje vol kruit. Een oude boer, wien men de routine van het ernstig in zijn werk verdiept zijnd gelaat kon aflezen, nam telkens met een koperen maatbusje wat korreltjes, die hij met een flukschen draai in den loop van het geweer stortte. Dan duwde hij er een propje katoen op, hamerde alles met een forschen houten moker omlaag, terwijl hij daarna met ongeëvenaarde vaardigheid de laadstok op en neer pompend door den geweerloop liet gaan. Vervolgens gaf hij het geladen geweer aan zijn helper, die het op de schiet-trap legde en dan ging het mikken en vuren zijn geregelden gang.Terwijl "de schutterij te voet" ernstig kampte in een vastberaden rustigen strijd om den koningsvogel, reed men in de laan bij de rentmeesterwoning om de eer van het koningschap der "Peerdenschutterij". Over den met, touwen afgezetten weg waren. aan twee houten klossen ijzeren ringen gehangen en met rood-wit-blauw gespiraalde ouderwetsche lansen trachtte men in draf deze te bemachtigen. Daar er een zestigtal adspiranten voor het ringstekers-koningschap waren, duurde het heel lang alvorens Hupkes van de Kip met G. Remmelink van Priesterinkhof te voorschiin traden als eerste en tweede koning, terwijl Karel Vrieze den derden prijs verwierf en dus derden koning werd. De beide eersten mochten nu naar oud gebruik een koningin kiezen, die hoog te paarde als in triomf naast hem mocht plaats nemen. Een witte zakdoek werd om den staart van het eerste koningspaard gebonden, zoodat Hupke's vrouwe zich aan de lus kon vasthouden. Alie Besseling, de tweede vorstinne, reed ook achter Remmelink op hetzelfde paard, dat een feestelijk rooden deken tot zadel droeg. Maar Karel Vrieze moest, der traditie getrouw, zonder meid in 't zaal, zijn opwachting bij Gravin van Regteren-Limpurg op kasteel Enghuizen maken.Dit gezamenlijk op één paard zitten van koning en koningin tijdens den triomfantelijken feestrit van de kampplaats naar het slot, waar de gravin persoonlijk de prachtige prijzen pleegt uit te reiken, is weer één van de vele merkwaardige gebruiken, welke de Hummelosche kermisviering op een hooger folkloristisch plan brengen”.

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (4 september 2007).