Het waren niet bepaald frisgeschoren huisvaders die om zes uur thuis waren voor een verantwoorde maaltijd.
Eten met mes en vork was er trouwens helemaal niet bij. Ze leefden in mannengemeenschappen en waren een hard en ruig leven gewend, alhoewel ze ook godsdienstig waren. Slapen in de sneeuw daar draaiden ze hun hand niet voor om, kleding droegen ze in vele lagen over elkaar' een kippetje verslonden ze desnoods rauw en ook konden ze sloten drank op.

Uit bewaard gebleven documenten blijkt dat in Groningen gelegerde Kozakkenofficieren 's morgens koffie met rum verlangden, om 12 uur een behoorlijke schnaps en ontbijt met een fles wijn, bij het diner een schnaps en een fles wijn, vervolgens thee met rum en bij het avondeten al weer een fles wijn. Soldaten schuimden boerenhoeven af op zoek naar jenever en brandewijn, daarbij luid keels 'schnaps, schnaps' roepend.
Om duidelijk te maken dat ze honger hadden en dat hadden ze in de strenge winter van ‘13/’14 eigenlijk altijd maakten ze tot schrik van de bevolking sissende geluiden. Dat betekende dat er als de wiedeweerga een braadpan op het vuur moest worden gezet. Liefst met een flinke klont vet erin, want ze hielden van machtig eten. Een terugkerend element in de volksverhalen is hun gesabbel op kaarsen, die destijds waren gemaakt van schapenvet of bijenwas.
Op hun kleine langharige paardjes (er werd verteld dat die zo klein waren dat de ruiters in een bocht met hun laarzen de grond raakten) lijken de Kozakken wezens uit een andere, huiveringwekkende wereld. Alleen al door hun voorkomen jagen ze de vijand schrik aan. Hun woeste uiterlijk, baarden, bonte kleding, lange speren en hun vreemde gedrag maken dat iedereen over ze spreekt. Deze krijgshaftige ruiters opereren over het algemeen op eigen gelegenheid.

Waarom waren de Kozakken hier in de winter van 1813 op 1814?
In 1813 loopt de Franse overheersing op zijn laatste benen. Het is het einde van Napoleons regime. Zijn desastreus afgelopen expeditie naar Rusland en de zogenaamde ‘Volkerenslag’ (oktober 1813) bij Leipzig hebben het machtige keizerrijk uiteindelijk op de knieën gebracht. In de grote steden van ons land houden de Franse troepen nog stand, maar het zal slechts een kwestie van maanden zijn dat ook hier een einde aan komt. Het wachten is op het binnenvallen van de geallieerde troepen, die de Franse bezetters het land zullen uitjagen. Ons land heeft zwaar geleden onder de Franse bezetting. Allerlei maatregelen hebben de handel nagenoeg lamgelegd en het onderhouden van de vele duizenden Franse ambtenaren en bezettingstroepen drukt zwaar op de bevolking. Maar ook de gedwongen indiensttreding van mannen, van wie vele tienduizenden niet zijn teruggekeerd van de barre expeditie naar Rusland, heeft veel kwaad bloed gezet. Toch bestaat er bezorgdheid over de komst van de geallieerden. Vooral de reputatie van de Kozakken, die deel uitmaken van de Russische troepen, maakt dat er met gemengde gevoelens wordt aangekeken tegen de naderende ‘bevrijders’. Er bestaat angst voor plundering en erger. Sommigen gaan er toe over om kostbaarheden te verstoppen en er zijn boeren die hun vee naar de bossen brengen. Als in de herfst van datzelfde jaar de troepen, die bestaan uit Pruisische en Russische eenheden, de oostgrens overtrekken en voortvarend beginnen met het verjagen van de laatste Franse bezetters, slaat de stemming radicaal om. Zelfs de groepjes Kozakken worden op veel plaatsen met luid gejuich begroet.

Mythevorming
De Kozakken ontvangen niet altijd hun soldij en zijn dan aangewezen op wat ze van de bevolking te eten kunnen krijgen. Krijgen is misschien niet helemaal het goede woord. Het gaat er niet altijd zachtzinnig aan toe. Talrijk zijn de verhalen over groepjes Kozakken die bij boeren aankloppen voor voedsel en drank. En soms laten ze dan ook nog hun wellustige oog vallen op de vrouw of dienstmeid. Ook in de Achterhoek wordt daar nog veel over verteld. De verhalen zijn door overlevering bewaard gebleven en kunnen niet in alle opzichten voor waar worden gehouden. Sommige van deze verhalen zijn meer gedetailleerd en geven dan wel de indruk betrouwbaar te zijn. Het gewelddadige optreden, het exotische voorkomen en de opvallende eetgewoonten van de Kozakken geven ook alle aanleiding tot mythevorming. Toch moet er in de verhalen enige waarheid schuilen, want bepaalde thema’s duiken steeds weer op: de tomeloze vraat- en drankzucht (ze eten waskaarsen en als het zo uitkomt verorberen ze kippen rauw) van de Kozakken, de vreemde sisgeluiden (als van een braadpan) die ze maken, de dikke lagen kleding, het totale gebrek aan hygiëne en de bedrevenheid waarmee ze hun kleine, lelijke paardjes berijden.
Hieronder volgen nog 2 verhalen uit onze streek die deze mythevorming bevestigen:

Dood egaetene
‘De Kozakken bunt ewest op de boerderi-je Klein Tammink in Baak. Ut wazzen onwieze aeters. Eur lusten van alles. Daer hebt ze zich zo te good edaone, dat der zich twee dood egaetene hebt’.

De Paosweide in Zutphen
Vrogger bunt de Kozakken ok hier in de buurte west. ’t Was ’n lomp volk dee Kozakken. At ze verkeld wazzen dronken ze brandewien met paeper en dan leten ze zich inpakken in de peerdemest umme te breujen. Bi-j de poorte in Zutphen ston vrogger gin hoes. Daor hebt de Kozakken grote vuurn ehad en dan braon ze zich ut vleis op de pieken. De Paosweide heetten dat daor. Mien grotvader was nog ne kleinen jonge, ton ze kwammen. Dén helen ze de blaospiepe monges veur umme dén te stangen. Maor zee bunt zo lange hier ewes, dat hee de blaospiepe rechtop kon hollen en ton leten ze dat wal.
Bron o.a: Loek Kemming / Den Schaorpaol (2006-2)

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (1 mei 2007).