Kaart met zwarte kolk en witte kolk

De afbeelding van deze week is een detail van een kaart uit 1922. De verticale grijze streep in het midden is een vouwlijn. De kaart laat het gebied zien tussen kasteel Keppel en het dorp Hummelo. Ongeveer halverwege ligt een bos met daarin de Wrangenbult, de Zwarte- en de Witte kolk. Op de kaart is ook de Geeselpaal ingetekend. Over dit gebied is het nodige geschreven.

Charles Krienen. de zoon van de dorpssmid uit Laag-Keppel schreef ongeveer in dezelfde periode dat de kaart is gemaakt, zijn boek ‘De koning van het meer’. Daarin staat: “In het dorp, waarin Hans, de held van mijn boek woont, is de legende van vele vaders op vele zonen en dochters overgegaan, dat de kolk in het bosch een oord was van verschrikking. Een peilloze waterdiepte, waarin booze geesten leven, walgelijke gedrochten verblijf houden. Alle kinderen hoorden het al op den schoot hunner moeder, dat van het kasteel af, diep onder den bodem van het meer door, een wijde, onderaardse gang liep tot het kerkhof van het naaste dorp. Kinderen hoorden al heel jong het verhaal, dat jaren en jaren geleden de bewoners der twee dorpen bloedige veldslagen hadden geleverd en dat velen meedogeloos in het peilloos diepe meer waren geslingerd, om daar een wissen en vreeselijken dood te vinden. En dat de geesten van die rampzaligen verblijf hielden in dat meer, in dien grondloozen kolk, om met zich mee te trekken in de peilloze diepte een ieder, die het waagde, te naderen.” Charles Krienen heeft vele boeken geschreven en het is natuurlijk maar de vraag of dit verhaal niet aan zijn creatieve brein is ontsproten of op waarheid berust. Het laatste is blijkbaar het geval, want ook de uit Laag-Keppel afkomstige G.J. Klokman vertelt hierover en hij is zeker niet de minste op historisch gebied. In een artikel over ‘Witte wieven’ schrijft hij: “Aan de grens tusschen Hummelo en Keppel verrijst temidden van een bosch van akkermaalshout een heuvel, begroeid met zware beuken door een breed pad verbonden met twee diepe kolken: de Witte en Zwarte kolk. Dit terrein is zeer belangrijk in de historie van Hummel en Keppel. Hier werden heel wat gevechten geleverd tusschen de opgeschoten jeugd van beide plaatsen. Ook als de liefde in ’t spel kwam en een Keppelsche jongen het oog liet vallen op een Hummelsche schoone, moest die volgens een oud recht los gekocht worden van de Hummelsche jongelui door een feestje of bier, als pleister op de wonde. Dat recht bestond in den Achterhoek overal, doch bleef hier lang hangen. De onverdraagzaamheid was zeer groot en ik zou niet gaarne willen beweren, dat ze thans geheel tot het verleden behoort. Tweedracht tusschen naburige plaatsen was in vroegere tijden een gewoon verschijnsel en rijmpjes, die daar van spreken, zijn er bij honderdtallen, doch hier werd de strijd gescherpt door ’t verschil in ras en dat maakt de scheiding dieper. De Hummeloschen zijn volbloed Saksers, terwijl de bewoners van Keppel reeds naar ’t Frankische ras overslaan. Er werd bij dien heuvel ‘de Wrangenbult’ dikwijls heftig gevochten en als er geen messen getrokken werden, deden afgesleten dubbeltjes dienst om in ’s vijand vlecht te kerven. Reeds in de middeleeuwen deed de Wrangenbult van zich spreken als richtplaats. Hier, onder statige beuken werd de vierschaar gespannen en over leven en dood beschikt. De gebroken ‘geiselpaol’ spreekt nog van die tijden, waarin de macht van den sterkste steeds zegevierde. Is het wonder, dat de Witte wieven hier hun tenten opsloegen. ’s Nachts klokslag twaalf rijzen ze op uit de kolken in slepende, witte gewaden en bestijgen in een lange rij geschaard met plechtige treden de Wrangenbult. Op het plat van den heuvel hebben ze hun geheime bijeenkomst en als de klok het eerste uur slaat, keeren ze in dezelfde volgorde terug naar hun waterpaleis. Den gehelen dag is de bult ‘zuuver’ men zal er geen ongerechtigheden ontmoeten. Alleen een slingerpad aan de zuidzijde moet vermeden worden. Daar staan eenige dennen in het eikenhout en dennen zijn als schuilplaats der geesten de aangewezen boomen. Van bepaalde euveldaden der Witte wieven is weinig bekend gebleven. Wel hebben ze enkele vermetelen, die in ’t nachtelijk uur de Wrange passeerden, tegengehouden door ze onweerstaanbaar tegen de knieën te drukken of de weerspannige op den nek te springen, maar hun daden waren meestal van vreedzamen aard.”

Meer van deze tijd is het verhaal, dat te vinden is op de website van Harold Pelgrom (www.volksfeesthummelo.nl) met de titel: ‘Witte Wieven bij de Witte Kolk en de Wrangebult?’ Volgens de overlevering kan het 's nachts spoken in de omgeving van de Witte Kolk, Zwarte Kolk en de nabijgelegen Wrangebult. Om middennacht zouden er witte wijven ('wieven') opduiken uit de Witte Kolk die zich vervolgens verplaatsten naar de Wrangebult. Allemaal onzin natuurlijk, of toch niet? De omgeving heeft wel iets mysterieus en er is vast niet voor niets zoveel over verteld en geschreven.... In het boekje ‘Wandelen en fietsen in Hummelo en Keppel’ van J.G. Vos en G.M. Rabeling wordt o.a. de wandelroute ‘Kolkenkring - rijk der magie...’ beschreven. Deze route leidt langs de Wrangebult, Witte Kolk en Zwarte Kolk. Een fragment uit de routebeschrijving: "...Let eens op de vele vlierstruiken langs de kant. Een prachtige onderbegroeiing van dit bos, waarin de Wrangebult ligt. Even voor het lage elzenbos rechts, gaan we naar links. De rode paaltjes gaan door, maar wij gaan het bos in. Aan de rechterkant stond eenmaal de 'geiselpaal'. Deze herinnerde aan de 'richtspraak' door de baanderheren van Keppel. Hier werden mensen gegeseld, terwijl verderop op de bult de galg stond. Rechts van het pad ziet u mooie doorgegroeide eiken. Oorspronkelijk werden die om de negen jaren gehakt en van de bast ontdaan. Dat leverde de run voor de leerlooierijen. Denk maar eens aan de koren-, olie- en runmolens in de Achterhoek. Het pad gaat stijgen, we gaan op de Wrangebult naar rechts. Langs mooie oude beuken en rechts de fijnspar met wat verder een laag elzenbroekbos, doorsneden van sloten. We blijven op de hoge kant. Plotseling ziet u rechts de Witte Kolk en links de Zwarte Kolk. Prachtig spiegelen de hazelaar en de elzenkatjes in het water als u er in het voorjaar bent. Komt u er in de zomer, dan ligt er een krans van groen rond het stille donkere water. U bent in het land van de magie, want hier huist het spook van de Wrangebult, het witte wief, dat maar weinigen ooit hebben gezien. Maar de dreiging hangt boven de kolken en de heuvel, een ondefinieerbaar iets, waarover de mensen niet graag spraken. En zelfs nu, in onze verlichte tijd, is er volk genoeg, dat men bij avond of nacht er met geen stok naar toe kan krijgen.
Uit die kolken stroomt een klein beekje, de Weppel. Dat water gaat door het Hennendal. 'Hennekleed' is in de Achterhoekse volkstaal, het doodskleed; wrange betekent een gevlochten doornen heg. Dat alles wijst er op dat de Wrangebult, in voorchristelijke tijden, een heidense offerplaats geweest kan zijn. Ook de Hummelose kermisoptocht, met zijn bielemannen, waarin men de fossielen van een Thorprocessie kan terugvinden, draagt er toe bij dat de magie duimendik op dit land ligt. Ga er maar eens heen op een doodstille maannacht of op een storm bewogen herfstavond, dan kunt u misschien zelf ervaren of de ongeziene krachten ook tot u spreken. ..." De volgende tekst komt uit het boek ‘De Oele Röp - Achterhoekse Volksverhalen’: "Hier bi'j Hummelo ligt de Wrangebult. Daor was vrogger un wit wief te zene. Bi'j den bulte in den bos lig ok nog den zworte en den witte kolk. Dat is vrogger ne offerheuvel ewest." Het lijkt dus geen verzinsel te zijn, want eeuwen en eeuwen lang is er in dit gebied van alles gebeurd en ook nu nog zijn er vreemde zaken waar te nemen. Zo is er iemand met paranormale gaven onlangs in geslaagd om een video opname te maken van de geesten bij de Zwarte kolk. De beelden daarvan zijn op internet te bekijken op: http://nl.youtube.com/watch?v=AexZ70eNBfE.

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (8 juli 2008).