Wanneer de smederij in Laag Keppel precies gebouwd is, is onbekend. Volgens verhalen, is deze mogelijk gebouwd rond 1825. De huidige bewoners van het pand en smederij aan de Rijksweg 79 te Laag-Keppel zijn Thijs en Tonnie Gerritsen met zoon Thijs jr. en dochter Annet. Vader en zoon zijn beiden hoefsmid en verzorgen het hoefbeslag van een groot aantal paarden in de Achterhoek. Deze smederij speelt een rol in een groot aantal boeken van de schrijver Charles Krienen. Hij gebruik echter altijd synoniemen en zo heet in het boek “Karel Vermeer” de smid in plaats van Krienen: Krieg. Zijn voorganger en de smid uit Hummelo hebben natuurlijk in werkelijkheid ook andere namen.

“Onder zorgvolle omstandigheden was Krieg, nu zeven jaar geleden, de zaak begonnen. Door wanbeheer en wangedrag was deze onder zijn voorganger Haarens vrijwel verloopen. De klanten, die deze in den aanvang had gehad, waren langzamerhand met hun werk weg gegaan naar den Hummelooschen smid Brouwers. Gelukkig wist Krieg de laatste spoedig terug te winnen, niet zooals vaak gebeurt, door konkelarij en knoeierij, maar alleen door degelijk en net werk te leveren en vriendelijk en bereidwillig te zijn jegens ieder. Wel had Krieg in den aanvang met veel moeilijkheden te kampen, doch nu was hij die te boven en genoot met het smidsgezin zelfs een zekere mate van welvaart. Veel had Krieg te danken aan den baron van ‘t dorp. Deze hielp den smid, zoveel hij kon. En den baron kon veel, alles mag ik wel zeggen. “Wie de hulp heeft van den baron, Heeft altijd spek in de ton.”

In maart 1982 nam het echtpaar Gerritsen hun intrek in de oude smederij en zij hebben met veel liefde het oude pandje opgeknapt. Het oude smidsvuur, het hart van de smederij is nog altijd intact en wordt nog gebruikt als er hoefijzers uit de staaf, volgens het oude ambacht, gemaakt worden. Op de zolder van de smederij vonden zij het oude getuigschrift gedateerd 18 augustus 1894 voor de Hoefsmids-cursus te Wageningen van A.F.C. Krienen. Ook zijn de oude overdrachtspapieren gevonden, waarin de smederij genaamd “De Hazenberg” door Baron Frederik Jacob Willem van Pallandt van Rosendael en Baronesse Cecilia Emilie Louise van Pallandt werd verkocht aan August Frederik Carel Krienen bijgestaan door echtgenoote Wilhelmina Maria Garritsen en de heeren Gerrit Georg Krienen en Dirk Willem Krienen.
Vorig jaar 5 mei kreeg de familie Gerritsen nog bezoek van de kleinzoon van Charles Krienen, ook Charles Krienen geheten. Hij gaf hen een exemplaar van het boekje “De Zoon van den Dorpssmid” door zijn grootvader geschreven. Hij was verrast dat de smederij waar zijn grootvader geboren was nog altijd bestond en er nog altijd het geluid van de smidshamer te horen is.

 

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (5 juni 2007).