Greffelinkallee in Hummelo

Het nationaal landschap De Graafschap ligt in de gemeenten Bronckhorst, Berkelland, Lochem en Zutphen. In deze vier gemeenten zijn nog ongeveer 400 kilometer zandwegen, kerkenpaden, schoolpaden en oude hessenwegen. Het netwerk van deze onverharde wegen bepalen mede het landschapsbeeld en zijn van grote cultuurhistorische en recreatieve waarde. De vier gemeenten zijn gezamenlijk op zoek naar een nieuw perspectief voor deze zandwegen. Tijdens de startdag van dit project met de naam ‘Kroel’n in ’t Zand’ werd door de heer Adriaan Haartsen (Bureau Lantschap) de grote verscheidenheid in functie en verschijningsvorm van de wegen toegelicht. Volgens hem betekent het woord weg niet zozeer een fysieke verschijning, maar meer de abstracte betekenis van (transport)rout en ook wel de mogelijkheid tot of het recht op verplaatsen. In de praktijk wordt het woord weg gebruikt voor een mogelijkheid om zich per as te verplaatsen. Daarom vinden we in deze routes vaak voorzieningen als bruggen en voordes om hindernissen te overwinnen. Een bijzondere vorm van een weg is een knuppelweg, een houten voorziening om drassige terreinen over te kunnen steken. We kennen knuppelwegen van uit de prehistorie tot in de Middeleeuwen. In Doetinchem is in 1994 een veertiende eeuwse knuppelweg ontdekt onder de Grutstraat. Er is een grote variatie aan wegen: koningswegen en heerwegen (doorgaande openbare wegen), zomer- en winterwegen, postwegen, lijkwegen, kolenwegen. De Barinkweg in Zelhem is zo’n ‘liekweg’ en onder Hummelo en Laag-Keppel kennen we zowel een Kolenpad als een Kolenweg. Vanaf het einde van de zeventiende eeuw werden Hessenwegen gebruikt voor grote transportvoertuigen uit de streek van Spessart in Duitsland, op de grens van de deelstaat Hessen. De wagens van deze lieden, die transporten organiseerden van Noord-Italië via Beieren naar onze streken, gebruikten wagens met een veel grotere spoorbreedte dan bij ons gebruikelijk was. De zwaar beladen wagens reden de wegen stuk en de Hessenwegen lagen daarom dan ook vaak op ruime afstand van de normale wegen. Behalve ‘wegen’ komen in de Achterhoek ook veelvuldig dijken, paden, stegen, straten, driften en alleeën voor. Een allee of laan is een brede rechte weg met één of meer rijen bomen erlangs. Binnen de rijen worden de bomen op een vaste afstand van elkaar gepland. We vinden dergelijke alleeën vanaf de zeventiende eeuw vooral in de omgeving van kastelen en buitenplaatsen. In de 19e eeuw zijn ook sommige rijksstraatwegen als laan aangelegd, zoals de weg Vorden-Ruurlo. Op de foto is de Greffelinkallee in Hummelo afgebeeld. Deze laan loopt van de Dorpsstraat naar de Spalderkampseweg langs boerderij Greflichem (voorheen Greffelink). Mogelijk liep deze weg, waarbij gedacht moet worden aan een ongeplaveide landweg, door naar de aan de Broekstraat gelegen boerderij ‘de Greffelinkkamp’. Zeker is dat er vroeger een voetpad was langs laatstgenoemde boerderij van Keijenborg (met een vonder over de beek) naar Hummelo, welk voetpad uitkwam op de huidige Greffelinkallee. Door het aanleggen van het bos bij de Melkerij door de Van Heeckerens is de geografische toestand hier ingrijpend gewijzigd. De bezittingen van Greflichem strekten zich in de 17e eeuw in elk geval uit tot op zijn minst aan de Broekstraat waar de ‘kamp’ van Greflichem gelegen was. Al deze gronden werden later door de Van Heeckerens aangekocht terwijl op de ‘kamp’ aan de Broekstraat omstreeks 1825 een huis gebouwd zou zijn dat de naam Greffelinkkamp kreeg. De naam Greflichem of Greffelink verschijnt in de 17e eeuw regelmatig in oude stukken, zoals de markengegevens in het archief van Enghuizen. In het verpondingkohier van 1648 worden enige terreinen genoemd die tot Greflichem behoorden als de Schipreize, de Voorde (doorwaadbare plaats in de beek) en het Iwlant of Uhlant dat Onland betekent. De eigendom berustte in die tijd aan de jonkerfamilie Schaep. De naam Greffelink of Greflichem heeft te maken met het werkwoord ‘graven’, evenals bijvoorbeeld Greffelkamp onder Didam. Door het graven van sloten en greppels zijn deze laag gelegen en vochtige terreinen exploitabel gemaakt voor landbouw en/of veeteelt.

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (1 april 2008).