Dat een reis van Zelhem naar Doesburg in vroegere jaren niet altijd zonder gevaren was is wel duidelijk. De Zelhemse landbouwer Berent Sevalkink ging zo’n 2 en halve eeuw geleden met paard en wagen via de oude handelsweg naar Doesburg maar kwam niet levend terug op zijn boerderij in “de Oosterwijk”. Ergens tussen Hummelo en Zelhem is hij op een merkwaardige manier aan z’n einde gekomen blijkt uit het volgende verhaal.

De Richter van Zelhem schreef op 10 januari 1740 het volgende:
“Erschenen Jan Velts, Giesebert Hemink en Gaert Gielinck, te kennen gevende dat haeren naebuer Berent Sevalkink gisteren nae Doesborgh geweest met seinen wagen en paerde en heeft onderwegens een piepe te baeck (tabak) aan een huijs omtrent een half uijer van zijn huijs aangestocken en hadde gesegt tegen sijn soon dat hij maar wegh sou vaeren, dat hij soude volgen.
Sijn soon te huijs koemende en sijn vader uijtblieft gaet bij die voorgeschrevenen naebueren en segt het selve aen haer, waar op sij uijt gaan om hem te soeken, maer kosten hem niet vienden waar op sij ’s morgens weer nieuw uijt sijn gegaan om hem te soecken en hebben hem vinden liggen bij Willem Vrogten sijn huijs dood en hebbe hem met mijn bijhebbende gerichtsluijden ook aldaer so vinden liggen, en hebbe het doode lighaem door die voorschreven naeburen nae sijn huijs doen brengen. De chirurgijn Jan Plante kon op 12 januari niets anders doen dan Konstateren dat Berent van kou was gestorven”.

Door Fred Wolsink. Gepubliceerd in Weekblad Contact (22 mei 2007)